Posts tonen met het label open society. Alle posts tonen
Posts tonen met het label open society. Alle posts tonen

maandag 16 november 2015

Een wandeling rond gedachten over geweldadigheid en pacifisme


Op 13 november 2015 worden in Parijs onschuldige burgers doelwit van acht terroristen.

De feiten zijn schokkend. De beleving van de slachtoffers komt via de sociale media tot bij ons. Tastbaar, ongefilterd. Het is slikken en hoofdschudden. Veel gevoel, geen goed gevoel. Fysiek bijna.

De daden worden opgeëist door een geweldadige organisatie die al ettelijke maanden de publieke opinie beheerst, vooral door zijn activiteiten in het midden Oosten, niet in het minst in Syrië.  Vanuit Syrië bereiken trouwens in de weken ervoor steeds grotere aantallen vluchtelingen onze streken. Onschuldige burgers ook, op zoek naar een andere stek om hun leven te hervatten.

Ziedaar de cocktail.  Bijna. Er is nog één vreemd sluimerend onbestemd ingrediënt: de in 2015 gangbare reactie in publieke opinie, media en politiek. De tijdsgeest.

Ik wil bewust even het gevoel overstijgen. Het koppeke laten werken. Bedenken, overdenken. Verwacht je daarbij aan weinig tot niets origineel, gewoon een vaak dan nog oppervlakkige visitatie van wat echte denkers. Om vanuit hun gedachtenstroom een eigen brei te koken.

Ik vertrek hierbij van de overtuiging dat de vluchtelingen net zo min planmatig kiezen voor hun huidige situatie als die Parijzenaars die eergisteren vertrokken voor een avondje uit.  De planmatige keuzes lijken me enkel en alleen te liggen bij geweldplegers.  De pacifist in mij staat op: de vluchtelingen, de aanslagen,...zonder geweld in de wereld konden we ons toeleggen op een pak boeiender problemen.

Dus ja: de aanslagen gebruiken om de europese-grenzen- discussie op te rakelen is politieke-recyclage, en wie eraan meedoet weet dat ook. De Franse ambassadeur in de US zou je mogelijks een gier noemen.

Mij gaat het dus even alleen over geweld en contra-geweld. Geweld dat er steeds in slaagt niet zelf als oorzaak van meer geweld te worden gezien en dus vreemd buiten schot blijft.

Hoe pakken we het aan? En route!

Baruch Spinoza

Oude vriend Spinoza brengt me bij zijn "sub specie aeternatitatis". Wat betekent dit alles in het licht van de eeuwigheid? Verdenk me nu vooral niet van een apathie voor de slachtoffers, een ongepast postmodern wegrelativeren van de verschrikking, een druppel op de hete plaat van duizenden jaren wereldgeschiedenis, of erger nog miljoenen jaren evolutie. Zo lees ik die term niet.

Wel in tegendeel.  Mij doet het me afvragen wat in pakweg 2115 de tijdsgeest-reflex is. Wat moet je aan een scholier over honderd jaar in de geschiedenisles aan extra duiding meegeven? Licht smalend mogelijks, met een "tja, zo dacht men toen nu eenmaal".

Ik vraag me dus gewoon af of we in een eeuw tijd de verontwaardiging van vandaag zullen weten om te zetten in iets positiefs.  Dat hoeft trouwens niet hoogdravend een "betere samenleving" bevolkt door de "ideale maakbare mensen" te zijn . Als tegen dan de statistieken gewoon tonen dat dit soort aanslagen zich minder voordoet - ook zonder dat we goed begrijpen waarom - lijkt me dat "Plan geslaagd".

Het logische gevolg lijkt me dan inderdaad dat je straks met een klasje scholieren voor je zit die in een nieuw normaal leven waarin je echt moet uitleggen "hoe dat toch kon".

En eeuwigheid is zalig recursief: Dus rond de interpretatie van die statistieken zal ongetwijfeld een nuttige blijvende dicsussie bestaan. Dat ze in 2115 dus beter niet op de lauweren gaan zitten, maar zich afvragen wat er in 2215 over gedacht wordt. (Honderd jaar is tegen dan ook mogelijks te kort. De termijn moet minstens een breed "na ons" gevoel opwerpen; wanneer alle huidige betrokken partijen van het toneel zijn verdwenen. Zoals bij de kapper op het bordje "Spreek niet te veel over jezelf, dat doen wij wel als je weg bent.")

Bertrand Russel

Voor mij is het dan een logische reflex om ook de omgekeerde beweging te maken. Tijdens de wereldbrand van honderd jaar geleden schrijft Bertrand Russel inzichtelijk over "de ethiek van oorlog".

Als Spinoza mijn oude vriend is, dan is Russel in mijn hoofd altijd een beetje de guitige rebel. De dwarse andersdenker die heerlijk alles en iedereen onderuit haalt.  Zijn theepot schenkt klare wijn over theologisch ontolgische discussies, zijn gedogen van buitenechtellijke sexualiteit haalt nog wat meer heilige huisjes omver, zijn eigen school-experiment lijkt erop bedoeld alleen maar meer dergelijke schoffies te produceren...  Ondertussen wel stiff upper lip en monkellachje achter de pijp.
En zoals het de kwajongen betaamt is dat ook allemaal heerlijk zonder zichzelf te sparen: zijn rechtlijnig pacifisme doet hem in de gevangenis belanden; en zijn zalige paradox haalt zelfs grotendeels de doelstellingen van zijn eigen levenswerk onderuit.

Wat blijft 100 jaar na datum over van zijn inzichten over de rechtvaardiging van oorlog? De term "war" gebruikt Russel trouwens ook voor interpersoonlijk gedrag, een opening om zijn inzichten toe te passen op meer dan louter nationaal geörchestreerde vormen van geweldadig gedrag.

De koloniale geest van zijn tijd lekt voor mij alvast schokkend door als hij erin slaagt de koloniale oorlogen te justifiëren.  De wreedheden die de landroof en invasie van de nieuwe overheerser moeten mogelijk maken weegt hij makkelijk af tegen de voordelen in algehele vooruitgang voor de mensheid.  "Survival of the fittest" was toen duidelijk nog een onverdacht argument, ook in morele kwesties. De nazi's moesten de grenzen van het sociaal Darwinisme nog duidelijk maken. Zijn afweging durf ik toch ook te koppelen aan zijn eigen adelijke afkomst en de klassieke erfschuld van die kaste aan de koloniale historiek van "The Crown".

Honderd jaar later kijken we met meer gemengde gevoelens hoe die balans zichzelf nog altijd aan het bijstellen is - volgens mij richting het ongelijk van Bertrand.  The aftermath zoals dat heet. Een onvoorziene long-tail van "balast" waar die algehele vooruitgang nog steeds een jaarlijks deficiet op boekt: de correcte verdeling van die gewaardeerde vooruitgang is nog verre van rond.

Of Russel zelf die balans 100 jaar later nog een tweede blik gunt is niet duidelijk.  Het feit dat hij de balans introduceert is vooral zijn verdienste.  Russel is rationeel en realistisch in zijn pacifisme, niet blind of dogmatisch zoals [sic] "Christ or Tolstoy".  Hij ontkent dus niet, ook niet in een ideale toekomst, het noodzakelijk kwaad van oorlogen, maar durft de inhoudelijke discussie aan om te gaan afwegen welke vormen ervan wel of niet, meer of minder aan ethische regels voldoen.

"To summarise the summary of the summary: people are a problem." klinkt het in The Hitchhikers Guide to the Galaxy van Douglas Adams.

  • Een nuchtere vaststelling over de aard van het beest om van te vertrekken.  Check. 
  • De balans van Russel om de keuze voor of tegen geweldadig gedrag aan af te wegen.  Check.

Rest nog veel werk aan de winkel. Om tegen op te zien?

Karl Popper

De falsificatie-insteek van Karl Popper is genoegzaam bekend als lakmoesproef voor de correcte manier van wetenschap bedrijven.  Minder gekend is dat hij in zijn "Over de open samenleving en zijn vijanden" de idee recycleert om ook op correcte manier "van maatschapijtje te spelen".  Zijn "social enigineering" term spreekt de hacker in mij aan natuurlijk.  En zijn hang naar "evolution-not-revolution" is iets wat vanzelf appeleert aan mijn gematigd karakter.

Er is altijd reden om te hopen, het kan vast nog beter, maar het hoeft allemaal niet meteen en drastisch: er zijn gewoon wat slimme hacks en mechanismen om het slagschip "mensheid" zachtjes bij te sturen richting beter vaarwater.

Popper erkent ook de paradox van zijn roep om tollerantie en stelt meteen zelf de grenzen ervan: "om overeind te blijven als basishouding mogen we nooit intollerantie tollereren."

Ook het realistisch denken over geweldadig gedrag kent dergelijke paradox.  We kunnen de weegschaal extreem gevoelig gaan afstellen en dus bijna geen geweldadig gedrag tollereren.  Maar minstens die ene deur moet je openhouden: geweld om erger te voorkomen moet je kunnen toelaten.

De paradox werkt als het goed is wel als olie op de golven: niet langer opzwepend in de geweldspiraal waar vergelding op retributie elkaar opstapelen naar erger en meer, maar net vooraf afremmen: er is geen enkele noodzaak tot geweldadig gedrag als je niet kunt aantonen dat de tegenpartij zelf de mogelijkheid en of plannen heeft om zelf tot geweldpleging over te gaan.
Doe je het toch, is een veroordeling van je gedrag de enige conclusie: een gepaste straf volgt, jouw gedrag dient bijgestuurd.

Sam Harris

Van Sam Harris' boekjes en wat gesnuffelde lezingen her en der onthoud ik een afzweren van het retributie-denken in het bestraffen van geweldpleging.  De fijne herinnering aan de helderheid die dat plots in mijn hoofd bracht.

Het voorbeeld van de wilde beer doet het dan altijd bij mij:  gesteld dat die zich plots brullend en klauwen zwaaiend in ons gezelschap vertoont... en de overlevers van het incident hebben de beer levend kunnen vangen.  In dergelijk scenario slagen we er relatief snel in tot duidelijke daden en analyses over te gaan: de beer moet opgesloten, de mensen moeten tegen de beer worden beschermd.

Kous af. Niemand vraagt zich af of de beer een moeilijke jeugd had, economisch is achtergesteld of een foute vorm van een wel of niet geslaagde ideologie aanhangt.  De beer gedroeg zich beers. We hebben dus mogelijks wel oog voor zijn erfelijke belasting maar nemen dat de beer of iemand anders verder niet kwalijk. Het zal ook geen aanleiding geven tot strafvermindering (we sluiten hem minder lang op).  Erkenning van de aard van het beest kan, en de bescherming voor de samenleving is verder de enige leidraad in de zoektocht naar de beste oplossing voor iedereen. De beer wordt geen schuldvraag toegedicht, en in de straf zullen geen verzwarende elementen zitten voor het aantal slachtoffers dat hij gemaakt heeft.

Schuldvragen en rekening-vereffende straffen is iets wat we voorbehouden voor onze medemens: de eigenaar/bewaker van de beer kan dus maar beter op zijn tellen passen.

Vandaar dus mijn tweet vrijdagavond al. Een profeet maakt me dat niet, want onze immer tribale reacties maken het zo voorspelbaar. Het voorbeeld van goed bedoelende Jan dan maar die zijn kuisploeg gaat inzetten. Binnen no-time heeft dat artikel blijkbaar meer dan 600k facebook likes behaald. Electoraal potentieel ongetwijfeld. Toegegeven: de commentaren-sectie (aka de onderbuik van Vlaanderen) is verrassend netjes - ik was beetje bang om op de link te klikken.  Jammer van mijn cynische reactie dan: "Is iemand bij hln overuren aan het kloppen om het ergste gespui eruit te filteren?" 

Dat Molenbeek wat "hygiënische" aandacht kan gebruiken stond blijkbaar al eerder in de krant, dus dat het er nu effectief van komt klinkt dan niet als onbezonnen vroeg.  Nee, de timing nu moet ons precies om een andere reden achterdochtig maken: als die ingegeven is door een retributie-denken dan maken we net dezelfde fout als wat we de terorristen in Parijs verwijten.

Politici worden ook al te snel onder druk gezet om snel met woord, plan en actie voor de dag te komen, dus dat je dan vanuit de heup met het beschikbare kruit schiet is zeer te begrijpen.  Maar voor we er nu effectief invliegen moet wel duidelijk zijn wie wat waarom te vrezen heeft. Wie zijn de beren in Molenbeek? Hoe ga je ze herkennen, en wat ga je er dan mee doen?

Op gedachtengoed of ideologie kun je in een open samenleving niet filteren: denken of beweren dat ik een beer ben is niet genoeg.  Zelfs nu en dan eens brullen om meer honing moet kunnen. Wat wel: aangetoond geweldadig gedrag, duidelijke links met bewezen daders.

Ik geef wel toe dat ik wel soms nog worstel met slimme Sam.  Zijn anti-islam uitspraken zijn te slim geformuleerd om hem als islamofoob te bestempelen, maar soms vraag ik me af of hij het niet nog slimmer kan aanpakken: zijn al zijn uitspraken ook allemaal nodig, en om welk hoger doel te bereiken?  Maar goed, al te hoogdravend moeten we daarin niet zijn. Het is altijd fijn slimme redeneringen te volgen en mogelijks zit daar wel eens wat scoren-om-het-scoren bij.  In "good sportmanship" blijft pdw dan de te quoten man (geparafraseerd) "Ik beoefen graag mijn recht op vrije meningsuiting net op zo'n manier dat jij ook alle kansen krijgt te genieten van je recht op gekwetste gevoelens."

Voor de pacifist hoeft er dan niets aan de hand te zijn als iedereen genoeg 'sang froid' aan de dag legt om geweld er buiten te houden. 

Ongetwijfeld zijn er mensen die elk pacifisme als ongepast naïef beschrijven.  Voor mezelf geeft het realistisch uitgangspunt het toch voldoende glans. Naïeveling wordt dan een geuzenwoord, een symbool van een overwogen keuze, eentje die wars van de schimpscheuten een lovenswaardige hardnekkigheid verondersteld.


Ik blijf overigens overtuigd dat de heersende newspeak rond "extremisme" en radicalisering niets meer doet dan een misleidende term opperen die ervoor zorgt dat we niet verder nadenken over de kern van de zaak.  Ik pleit hierbij om geweld zelf als te bestrijden kwaad te zien, ook en vooral bij onszelf.

maandag 17 juni 2013

Open Data Vlaanderen (#ODD13). Ja, maar.

Ik wou iets spetter, subliem en fantastisch schrijven over de open-data dag Vlaanderen in Brussel van vorige vrijdag.  Maar...

Een ja-maar-mens, dat is wat ik nu eenmaal ben.
Andere namen ervoor zijn niet allemaal even positief: perfectionist, idealist, betweter, muggenzifter.  Het soort mens dat er perfect mee om kan om helemaal content onderuit te zakken, te genieten van al het goede, en dan toch te beseffen dat dat eigenlijk maar voor 95% zo is. Én helaas ook: dat iedereen vast zit te wachten om ook te horen wat ik over die 5% wil zeggen.

Ja.

Dus toch even voor de duidelijkheid: het was zeer goed. Op velerlei vlakken. Als je niet om kunt met dubbele boodschappen of subtiele nuances, lees dan vooral niet verder.

Het was zelfs zeer goed durf ik wel zeggen!
De organisatie was perfect. De opkomst hoog. En van heel wat sprekers heb ik boeiende nieuwe dingen opgestoken.  Nog beter: het initiatief om vanuit Vlaanderen ook de VIP  portefeuille te openen om her en der de projecten aan te vuren lijkt me een garantie om er op vele domeinen nu ook echt werk van te maken. Er is écht reden om aan te nemen dat er volgend jaar meer tastbare open-data resultaten in Vlaanderen te noemen zijn.  Zeker is er dan ook meer praktische ervaring in het veld die op de volgende uitgave aan bod kan komen en de soms nog theoretische beschouwingen kunnen gaan vervangen.

Maar.

Het wordt wel werken, hé. Na een al te fijne dag met gelijkgestemden en verfrissende ideeën is het al te makkelijk naar huis te gaan en te denken dat we er nu wel zijn.

Hier alvast mijn lijstje met pijnpunten, en weg te werken obstakels. Het jaar zal kort zijn.

We vragen denk ik nog ontzettend veel van de organisaties die we nu overal aanzetten tot het openen van hun data, en daar staat niet een altijd een gepaste ondersteuning tegenover.  Van de eerste tot de vijfde ster van Tim Berner's Lee of Tim Davies zijn er heel wat obstakels voor de ambtenaar met open mind en beste bedoelingen. Vandaar graag voor hen vooral:
[1] Een platform (meer dan een CKAN cataloog) waarop makkelijk data kan worden vrijgegeven, tot het nodige semantische linkable niveau, maar ook tot het niveau waar terugkoppeling, correcties en (motiverende!) statistieken kunnen worden samengebracht.
Die vijf sterren hebben overleg nodig nog. Een soort IBBT voor URI patroonbeheer zeker al.  URI's voor identificaties, maar ook voor termen en vocabularia moeten niet al te onafhankelijk overal maar worden uitgevonden. Ik heb een draft van een inspirerend document mogen inkijken, maar we mogen daar niet blijven steken.  De nodige overlegorganen en liefst ook ondersteunende systemen zijn van doen.
[2] Een beslissende entiteit die normen stelt, URI's afspreekt, en dat alles op een paar handige systemen bruikbaar weet te publiceren en onderhouden.
Maar de allerbelangrijkste vind ik nu al kennis en beschikbare menselijke expertise.  De RDF experts in Vlaanderen heb je vlug afgeteld.  En naar mijn bescheiden mening: daar gaan we het niet mee doen.  Niet dat ze hun werk niet kennen, ze zijn gewoon met te weinig. Information Architects, bijgeschoolde digitale bibliothecarissen, epistemologen, opstellers en behoeders van taxonomiën, ... De mensen met de brains hebben we denk ik wel, die samenbrengen in een zomerklasje die het goede woord verspreid zou al veel doen.
[3] Een gerichte opleiding, eventueel certifiëring van en voor beschikbare experts in het domein van het semantisch web en de technieken van linked open data.

En dan ook de meer persoonlijke bedenkingen: omdat ik toch ook een eigen mening heb. (Die echter evenmin als bovenstaande door een eigen agenda is ingegeven)

Zelf duik ik de open-data wereld binnen met een voorgescheidenis van open-source-code.  En dat gevoel voor de open code mis ik dus bikkelhard in de hele aanpak. Dáár wordt op een open data dag met geen woord over gerept. Kijk, sedert de visie van John Von Neumann is er nauwelijks onderscheid tussen data en code, waarom hier dan wel?  Is niet elke lijn code die geschreven wordt voor / door de overheid te zien als een lijn nuttige informatie die nuttig mag / moet gedeeld?  Waarom niet? Waarom hierop geen CC0 verplichting?
[4] Een open source platform waarop de verschillende bestuursorganen minstens onder elkaar de (met belastinggeld) betaalde code-ontwikkelingen kunnen uitwisselen.
En tenslotte.  Puur op basis van eigen bespiegelingen blijf ik overtuigd dat open data een viraal licentie-verhaal nodig hebben, maar als niemand anders er om vraagt dan blijf ik wel rustig in m'n hoekje dromen...
Om de zoveel tijd zal ik natuurlijk niet nalaten om te zeggen dat dit of dat probleem ermee zou opgelost worden.
[5] Een viraal model om nog meer mensen over de open-data streep te trekken: aanbieders worden makkelijker overtuigd, afnemers spelen vanzelf het spel mee en bieden statistieken en correcties aan.
Maar goed.
Herinneren we ons vooral een zeer geslaagde open-data dag. Wie er niet was: "Je hebt wat gemist!"

Om af te sluiten enkel nog de obligate shameless plug naar de eigen slides:

dinsdag 18 december 2012

open as in open ended...

(Bare with me for one of my rare English posts, hoping to touch a nerve in a broader community by changing the language.)
2012 is closing down with its typical previews, round-ups and some surprising good (local) news. And while such is not entirely my style, I feel myself pulling some last-months musings into an end-year sermon... Finally, reading these rather grim visions of the current state of affairs in the world-web-of-information, I'm desperately wanting to sketch up a road to hope and better times...

Concerning open. Openness. In its many forms.

My point today is that when we're using the word "open" these days in any of its conjunctions with the noun of your preference: society, data, source code, media, identity, web, culture, ... (or even VLD - sorry for the silly local politics joke) we often do it in a reflex to align with the mainstream fashion, but are we getting or addressing the same (correct?) ambition behind the word?

Techies will remember when the "free software" movement had to make the important semantics distinction between "free as in freedom" (libre) versus "free as in free beer" (gratis).  I think it's time to make  an equal clear statement about "open".
"open as in open cans"  versus "open as in open ended"

open cans

Many see "open" just in the sense of accessible. The strict counter-part of closed.
Look Sir: "The door is open".
I've opened the can. Quite ready to spill the beans, now! 
Allow me to call this: "the wikileaks kind of open". And allow me to lure you into a different open.

Before I do however.  Some nuance and contradiction is in order.  Because we do need open cans.
Trust me. Surely this last year (my first year as a public servant) I've seen my share of closed information systems, and I've started calling them "bases where data goes to die" rather then databases.

Surely getting the lid of the can is a thing we need, and it is in many ways the needed enabler or even the conditio sine qua non.

open ended

But is not the goal. Specially when we talk about open data, and surely when we talk about the obligation for governmental organizations in that area, we should remember that the goal is to have open access to data be a supporting means to the goal of an open society.
And if you can spare the time: do read up on the vision of Karl Popper on that.

The ambition behind "open" in this sense is to change your attitude in being the sole and indisputable source of wisdom and authority in any field, and to embrace the knowledge, better still even practically design for a future where the current center of gravity might be shifting. Yeah, falsifiability is that other Popper-word we should learn.

Techies could link this to the true nature of "open systems" - as it was described in the "Axioms of Web architecture".  I vividly remember reading about "The Test of Independent Invention" and experiencing one of the bigger "aha" moments in my life. Do let it sip in.

The "literature" or "narrative" way of looking at it is putting out your open data as an "open ended novel" - deliberately tickling the reader's own imagination to complete the story.

There is more to tell (there always is, and would that be proving my point?) about how we should translate this into practical guidelines and techniques for open data. We've even been working on that somewhat already but my guess (and yeah I'm often guilty of wishful thinking) is that 2013 will see many good resolutions in this area. I hope this small contribution to the discussion helps us getting our "open ambitions" right.