Posts tonen met het label privacy. Alle posts tonen
Posts tonen met het label privacy. Alle posts tonen

zondag 7 oktober 2018

Tussen U en Mij: Bekentenissen over mijn privacy

(van een beëdigd leugenaar)


Liegen mag wél

Jammer dat je het zo laat, en van mij moet horen maar hier is het: liegen mag. Ik raad het zelfs aan als meest effectieve manier om marketeers aan te leren dat wat zij doen echt niet mag. Ik doe het zelf al jaren, en je hebt er de zegen van de GDPR of je moeder niet voor nodig.

Afgaand op hoe ik de voorbije jaren ben omgesprongen met de verplichte velden van digitale formulieren ben ik:
  • sedert ik ben geboren op 1 januari 1900
  • heel vaak van naam veranderd
  • steevast te bereiken op het algemeen nummer van het opvragende bedrijf zelf
  • woonachtig in de Ikwooneldersweg 2 te 1110 Nergensgooigem
  • gezegend met meer geslachten en voorkeuren dan er in de nieuwste variant van het LGBTQ acroniem zijn vervat.

Tegen de plaag van de "verplichte velden" is de vriendelijk meegaande leugen je beste medicijn.  Hou er wel je hoofd bij: enkel als het veld niet voor jou nodig en controleerbaar goed moet zijn (een levering aan je thuis-adres bv) dan is het onnodig en dus *niet* verplicht.  Het ergerlijk asteriksje (*) naast dat veld mag dan het tegendeel beweren, het verplicht mij slechts tot één iets: de leugen om bestwil. Zie het gerust als mijn spontane bescherming van de vrager tegen een forse GDPR-boete. "Je hoeft dit niet te weten, dus weet je het beter niet!"

Je privacy beschermen begint zo dus altijd bij jezelf.  Het is nog niet te laat. Je kunt hier vandaag ook nog mee beginnen, en geef het meteen ook je kinderen mee. Noem het dan voor de goede orde niet "liegen" maar “burgerlijke ongehoorzaamheid”.
Breid je nieuwe inzicht meteen ook uit naar de niet virtuele wereld: ergerlijke aanhoudende petitiejagers zet je in hun hemd als hun lijsten ook klagers als Superman en Garfield Dekat bevatten. En het achterkantje van de klantgerichte korting-spaarkaart voor product xyz is even toegeeflijk, en dus bedoeld voor dit soort, euh, onnauwkeurigheden.

Voor de nerds: dit is ook waarom ik een plugin als die van AdNauseam zo geweldig vindt. De geruststellende zekerheid: Al is het algoritme nog zo snel, een ander én slimmer achterhaald hem wel.

Bang zijn dan weer niet. Zeker niet voor data.

Tot zover mijn hopelijk overtuigende geloofsbrieven richting eervolle vermelding in het kamp van de moderne rebellen tegen de samenzwering van de wild om ons heen grijpende controle-samenleving.
Maar kunnen we wel even rustig én ernstig blijven? En het probleem netjes scheiden van de vooruitgang?

Biometrische data (DNA, gezichtsherkenning of vingerafdrukken) hebben vele keren meer nuttige en positieve toepassingen dan ergerlijke of ronduit gevaarlijke.  Die laatste geven terecht aanleiding tot gepaste voorzichtigheid, transparantie en controle.  Maar iedereen die zich daarop beroept om nu en dan wat tegen te houden omdat het nu nog niet voorzichtig, transparant of controleerbaar genoeg is, moet zichzelf ook verplichten om de regels goed te krijgen en daarna zo snel mogelijk iedereen van de nuttig effecten te laten profiteren. Dit verondersteld de falsifieerbare aanpak van je protest: maak duidelijk onder welke voorwaarden het wel aan je eisen voldoet. Het is al te lang wachten op nooit.

Privacy is een gemeenschappelijk goed, geen absoluut en onvervreemdbaar individueel recht.  De slogan "het moet een persoonlijke keuze zijn" gaat dus niet zomaar op.  Het is gepast dat we durven vaccinaties verplichten om een collectief belangrijk medisch succes te boeken en de last ervan ook met iedereen te delen.  Op dezelfde manier moeten we durven om persoonlijke individuele vrijheid af te wegen tegen collectieve voordelen.  Gewoon qua principe lijkt me dat een basisvoorwaarde voor een zinvolle dialoog: die gaat dan over waar we het centerpunt van die balans leggen, en hoe we dat blijvend bewaken.

Elk zijn naïviteit

Maar vraag me dus niet om te kiezen tussen de twee strekkingen die in dit debat tegen elkaar opbieden: de kampen "Ik ben goudeerlijk en heb niets te verbergen" vs. "Je hebt wel iets te verbergen".  Het is moeilijk zoeken naar een stukje vaste grond in het moeras van bodemloze naïviteit die van de beide kanten over en weer geslingerd wordt:

  • Je kunt de vooruitgang toch niet tegenhouden.
  • Het is niet omdat ze nu braaf zijn, dat ze braaf gaan blijven.
  • Ik ben geen crimineel. Jij wel misschien?
  • Als we het niet zelf controleerbaar doen, doet een ander het oncontroleerbaar.
  • Dit is een hellend vlak.
  • Ik wil niet zo gecriminaliseerd worden.
  • ...

Grappig is weerom de verplichte koppeling van dit debat aan de allesoverheersende mythe van de links-rechts tegenstelling.  Afhankelijk van je laatste uitspraak en je vermeende "kant van dragen" oogst je meteen het snerende verwijt uit één van deze kwadranten.



Vatstelling: In elk kwadrant blijft alvast de ruimte om de tegenpartij te ontslaan van kwade bedoelingen en slechts te kiezen voor de variant die met de air van voorkennis de tegenstander mild de mond moet snoeren met
« Ah, gij goedbedoelende naïeve kloot toch. Denkte gij nu echt… »

Paradoxaal aan dit wederzijds naivety-shaming is dat deelnemen aan het debat an sich geen enkele zin heeft als je niet minstens gelooft dat er oplossingen haalbaar zijn.  Alle haalbare oplossingen zullen altijd een midden zijn tussen (voorzichtig) gebruik toelaten enerzijds en reguleren plus controleren anderzijds. Aan die oer-naïviteit is elke oprechte deelnemer dus a priori verkocht.

Het concreet afspreken van wat we dan gaan doen wordt sowieso een evenwichtsoefening genre Jenga.  Wie meespeelt klopt niet hard op tafel, maar houdt de adem in en doet hard zijn best om uitschuivers tegen te gaan; en de tafel waarop we spelen, die staat best zéér stabiel.

Vrij, én trots

En dat brengt ons bij de kern van de zaak.  Niet privacy, want dat is maar van tweede orde. Terwijl we ogenschijnlijk over privacy praten, gaat het eigenlijk over mekaars veiligheid én vrijheid. Niet over de tegenstelling ertussen, noch over het verbergen ervan.

De stabiele tafel van zekerheden waarop we het spelletje beginnen is dit:  hoe garanderen we mekaars veiligheid én vrijheid.  Met dat voor ogen merk je meteen wat er vals is aan de one-liner of ik nu íets of niets te verbergen zou hebben.  Het gaat helemaal niet om het spoor of het bewijs, maar om wat daar dan mee gedaan wordt. En het gaat niet om alles publiek te maken wat je in alle vrijheid doet, maar of dat finaal ingaat tegen je gegarandeerde veiligheid.

Of uit mijn sporen blijkt dat ik nicht of hoerenloper ben zou los door de muur van onze heersende shaming cultuur heen moeten knallen.  Van de collectieve "Et alors ?" zouden we een week lang onze schouders niet meer naar beneden mogen krijgen.  Dat is de ware ambitie. En die is bangelijk afwezig in het huidige oppervlakkige debat.  Dit is het beeld dat ik heb van zowel-de-niets-als-iets-verbergers: die zitten samen in een hoekje te fluisteren "ja jong, dat onnoembare wat je doet, dat mag (of niet), van mij toch, maar hou het stilletjes en verborgen, wat niet weet, niet deert." - terwijl we nog door de megafonen keihard moeten pleiten voor "Een wekelijkse Gay Pride", "Op de grote markt!". Waar het echt om gaat: Ik? Iets te verbergen? Nee! Iets te tonen en te zeggen over hoe ik echt ben, en leer daar dan gewoon eindelijk eens mee te leven.

Welk vals discours toch? Als dit gaat om de vrijheid om te mogen verbergen? Wat met mijn vrijheid om niet te moeten verbergen? De enige vrijheid die mij wat waard is, is deze waar ik trots mee op straat mag komen. Terwijl ik mag weten dat ongewild geraakte heilige huisjes daarbij niets uitmaken voor mijn persoonlijke veiligheid.  Wat als we dat nu als fundament wederzijds kunnen garanderen? Om mee te beginnen?  Dan lijkt me het zo snel duidelijk dat jouw recht om nu en dan iets te verbergen vanzelf hand in hand gaat met mijn onvermogen om geïnteresseerd te zijn in elk mogelijk detail van je bestaan.  Maar ook dat het vanzelf duidelijk is dat het slechtste wat je overkomt door niet te verbergen een medewerking is aan een gegarandeerde verbetering van collectief nuttige resultaten. Zalig paradoxaal? Niet echt: mijn blijvende zoektocht naar paradox op paradox leert me dat in die gevallen altijd een verbluffend eenvoudig antwoord ligt te wachten op het niveau die de ogenschijnlijke tegenstelling overstijgt.

Dus laten we concreet worden: vingerafdrukken op de be-eid

Of ik daar dan nog een mening over heb? Tuurlijk. Die is net als al het voorgaande eenduidig: ja, nee, zo snel mogelijk én zeker zo niet.

Eerst mijn hoofdreflex dan maar, die is eerder meta: zo voeren we dit debat toch niet?  Met half opgelaten ballonnetjes van onduidelijke systemen zonder ruimere context.  Foei aan de pers die het zo durft presenteren ook.  De enige nuttige vingerwijzing die er ergens was bleef verborgen achter het mystieke "er waren opmerkingen van de privacycommissie, en die zijn onvoldoende geadresseerd in het nieuwe voorstel" maar waar het dan inhoudelijk om ging was nergens(*) echt te vinden.  Dus wel even de controverse aanwakkeren, maar "Ho!" als het gaat om Jan Publiek ook inzichtelijk te laten meedenken, dan is de inkt op?

Ik mis dus meer detail om nog te weten hoe vrij en veilig ik ben. Wie dat voor mij (zou moeten controleren) en welke garanties ik daarvoor krijg.  En ik wil de pers niet te hard afvallen, het is niet allemaal hun taak: wie met dergelijk voorstel afkomt moet zichzelf verplichten spontaan dit soort duidelijkheid mee te geven.

Maar wees gerust, mijn initiële reactie gaat dan even keihard richting het koor aan voorspelbaar nay-sayers die ofwel ook geen inzage geven op de extra informatie die zij beweren te hebben, ofwel in de vergelijkbare onwetendheid leven, maar daarin geen belemmering zien om de eigen stellingen niet nog verder in te graven en louter met emotionele wijsheid de polarisatie verder aan te scherpen.  Kijk: als je vlammende anti-artikel nergens gewag maakt van een geschetst inzicht in bestaande positieve aanwendingen en een set van correcte regels en procedures voor de controle erop, dan heb ik aan het lezen ervan ook maar enkel mijn tijd verspild.

Zelf zie ik alvast danig wat voordelen van een door onszelf (= ja, echt een andere naam voor overheid) gecontroleerd werkbaar systeem voor identificatie op basis van biometrische gegevens.  Ik gebruik dat soort technologie al op mijn telefoon, en vind mezelf daarin nodeloos naïef: een meer lokale greep (dan de Chinese smid en de Amerikaanse coder) en garantie op dat soort spielerei zou me wel zinnen.  Anderzijds ben ik ook wel overtuigd dat ik dankzij die technologie beter af ben.  De wereld die zichzelf nog immer recht houdt met wachtwoorden en pincodes roept niets anders dan middeleeuwse beelden in me op: ridders, draken, slotgrachten, ophaalbruggen en jonkvrouwen Zo naïef ben ik dan weer niet? Echt beangstigend is dat we de controle op het verifiëren van identiteit door de oude wijkagent en postbode aan het verliezen zijn: via email en gezichtsherkenning aan tech-bedrijven en phising identity-thieves

Heb ik gezegd dat we het dan toch maar zo meteen moeten doen?  Bahnee. Als we het erover eens zijn dat we niet de nodige garanties krijgen in de huidige manier van werken, laat ons dan vooral een goede campagne voor burgerlijke ongehoorzaamheid bedenken.  De populistische oproepen alla "from my cold dead hands" vind ik dan nogal macaber. Doe mij maar een goede DoS attack:  afspreken om allemaal een nieuwe pas te gaan ophalen op de laatste dag van het oude model.  Dan testen we fijn de beperkingen van hun systeem én kopen we onszelf toch weer tien jaar tijd om dat hele zaakje proper uit te klaren.

(Of tot je die laatste vingerafdrukvrije kaart verliest. Hopelijk gebeurt dat niet op een plek waar je niet wou gezien worden.)

(*) update De tijd kwam op 25 okt dan toch met wat meer diepgang en inhoud. Hoera!
update De standaard van 29 okt ging zelfs over tot een genuanceerde opinie met zin voor evenwicht en duiding. Er is waarlijk nog immer hoop.

vrijdag 5 mei 2017

De disruptie is dood, lang leve de disruptie!

Technische revoluties door een bril van transactiekosten.

In dit artikel

  • Disruptieve neveneffecten in toerisme waar je misschien nog niet over dacht.
  • Het economisch inzicht "transactiekosten" als verklaring voor het terechte succes van de digitiale economie. Ongeacht de disruptieve stijl.
  • Een duurzame visie over disruptie: de beweging die alles in vraag stelt moet dat durven doen ondanks zichzelf.
  • En onderweg een veeg uit de pan naar de politieke kaste.
Harioep. Daar gaan we!

Disruptie in toerisme - het vreemde geval van de OTA’s

Belfast, jaren '80. Een boekhouder rolt nietsvermoedend 'de toeristische sector’ binnen: zijn kantoor heeft heel wat lokale hoteluitbaters in de portefeuille. Genoeg om als extra dienst "benchmarkingen rapporten" te leveren. Met zicht op een voldoende steekproef schetst hij algemene tendensen. Die terugkoppelen toont klanten hoe zij ten opzichte van die trends presteren. Spontaan trekt dat nog meer hotel-klanten; maar ook hotels die hun boekhouding elders houden doen mee: in ruil voor een mild bedrag, én toevoeging van hun eigen cijfers aan de steeds meer complete 'steekproef'.
Tot daar de "petite histoire". Op basis van zijn schat aan gegevens presenteert de man op een verdwaald “digital tourism” congress de meest saaie boekhouder-slides vol tabellen, cijfers en grafieken (zelfs geen toeristisch kiekje uit Belfast fleurt het op). Voor wie het geeuwen kan onderdrukken, en het verhaal hardnekkig volgt, zit dit pareltje als beloning:

Dé KPI van de hotelsector is de bezettingsgraad van de kamers. Door de jaren is die in Belfast vooral van één ding afhankelijk. Nope, niet marketing of grote culturele evenementen in de stad, niet nieuw management links of rechts, niet nieuw personeel of een geslaagde kwaliteitscampagne, niet een prijzenoorlog, zelfs niet de volgende crisis van olieprijzen of veiligheidsniveaus. Ontgoochelend: rente, de kost van geleend geld, is de enige betrouwbare voorspeller. Zijn verklaring: In tijden van lage rente gaan de hotels uitbreiden; die nieuwe kamers zijn niet meteen verhuurd. Wat elasticiteit tussen aanbod en vraag heet dat. Bij meer leegstand is er voorspelbare prijsdruk, en dat stabiliseert zichzelf netjes naar terug stijgende bezettingsgraden. Al de rest speelt ook wel, maar dan eerder op verschuivingen tussen bezoek voor werk of voor plezier, of op de lengte van het verblijf, maar dus nauwelijks op totaliteiten.

Suspense in de presentatie! Komt daar plots op die tijdslijn, de disruptieve opkomst van de Online Travel Agencies (OTA's). Hun effect op de bezettingsgraad? Dat kun je bijna wel raden?
Nul. Niet te merken. Hotels zaten en zitten even vol als toen die er niet waren. Maar vergis je niet: de impact van de OTA 's op de sector is er wel degelijk. Is het niet op de bezettingsgraad, dan wel op de marge: minstens 15% van de omzet gaat nu vlotjes naar de OTA's. Je mag er niet aan denken dat de eigen overheid een dergelijke belastingverhoging zou doorvoeren. Maar als het een (zelfs buitenlands) bedrijf is die even vrolijk de marge afroomt, dan betaalt de uitbater met de glimlach. En betalen doet elk individueel hotel: wie het niet doen vreest al te sterk het kelderen van de eigen bezettingsgraad. Vermoedelijk terecht.

De druk van de cijfers zorgt verder voor het uitkleden van het aanbod: de laagste prijzen sorteren bovenaan de pagina, weet je wel? Dus worden alle inbegrepen diensten - van ontbijt over afstandsbediening tot lakenpakket, laat staan ‘sfeer en beleving’ - optioneel en niet online aangeboden. De mooie foto’s beloven die wel, maar in de praktijk zijn ze ter plaatse bij te bestellen en af te rekenen; lees vooral: ook afgerekend zonder de OTA-belasting erop. Ondertussen wordt hotel synoniem voor naakt beddenverhuur.

Tja, meneer, disruptie dat is vooruitgang, daar moet je in mee. Daar worden we beter van.

Maar wie precies? De uitbater? De consument? De tussenpersoon? Die laatste werd toch net door die digitale disruptie overal weggewerkt?

Er wordt wel eens beweerd dat de gemiddelde IQ-score door ‘nietsdoen’ een aantal punten per week vakantie zakt. Wie vermoedt dat al in het voortraject, bij de online toegang tot het toeristisch aanbod het kritisch denken ophoudt? De vakantiedroom zelf is al voldoende?

-oOo-

Een goede transactie mag wat kosten

We moeten alsjeblieft toch niet terug naar de tijd van toen deze digitale zaligheden er allemaal niet waren? Die weggewerkte tussenpersoon (aka the middleman), de theorie achter ‘de dikke staart’ van elektronische winkelmagazijnen (aka the long tail), de superioriteit van de gedistribueerde "netwerken die altijd winnen", de disruptieve beloftes zijn toch wel op iets gestoeld? Dat gebruiksgemak dient toch ook een hoger doel?

Wel ja.
Er is wat economische theorie rond het concept van de zogenaamde “transactiekosten” en die schept in elk van die e-commerce verhalen best een positief beeld. 

De term transactiekosten wijst op het geheel van oneigenlijke extra kosten die bij een handelstransactie in een niet ideale wereld de kop op steken.  Waar geen perfecte doorstroming van informatie is, waar de planning wat gaten laat vallen, waar hinderpalen en tolhuisjes op de handelswegen liggen, waar het vertrouwen te wensen overlaat… In al die hoekjes van het handelshuis verzamelen zich de transactiekosten.

Het Wikipedia artikel (link hierboven) en het overzicht (screenshot hieronder) geeft snel een beeld van waar het over gaat.

(geknipt uit wikipedia)
Dit soort kosten voegen niets nuttigs toe aan het verhandelde goed (of dienst). 

Als wetenschapper doordrongen van behoudswetten (massa, energie, …) verwacht je bij een eerlijke deal iets als "behoud van waarde” (voor wat hoort wat). De transactiekosten duiken echter op als “weglekkende waarde”; gebrek aan efficiëntie, rendementsverlies, waardevermindering.

Het is wat het is. Niets is perfect. Tot het ook opvalt dat er instituten zijn die van het werken op deze onvolkomenheden hun stiel hebben gemaakt: controleambtenaren, banken, verzekeringen, advocaten, incassobureaus… onze boekhouder zelf. En meteen ook: dat de omzet van dit soort bedrijven wel vrolijk wordt meegeteld in het BNP (Al voor ruim 50% volgens voorgaande link!). Als ware het allemaal niet te onderscheiden van echt nuttige waarde. WTF?

Het inzicht levert meteen een zalige bril om naar de wereld te kijken. Als ik ze opzet ben ik het meteen zó hard met alle politici eens dat ik ze wel allemaal ongelijk moet geven:
  • Ja, beste liberalen, de overheid moet afgeslankt, maar de transactiekosten verhuizen van overheids-tax naar privé-factuur is als oplossing toch te naïef. Mooi boekhoudkundig trucje wel, maar de waarde op aarde gaat er niet op vooruit.
  • Nee, dan zien de militante linkse rakkers het wel goed: net die hele bankensector is een gezwel dat weegt op het bestel. Maar de remedie moet dan wel verder gaan dan symptoombestrijding: de aandoening nationaliseren of via tax hun winsten afromen gaat enkel gepaard met hogere doorgerekende kosten en dus meer waardevermindering. Dát is de kern van de zaak.
  • Gelukkig zijn er de groenen. Enkel zij hebben een focus op milieubewust en kostenbesparend, op duurzaamheid en efficiëntie; die ze vervolgens de nek omdraaien in een greep van regulitis en bijhorende controles.
Elk ziet de etterende splinter transactiekost in het oog van de ander, en verwijdert die het liefst met een balk aan genegeerde kosten uit het eigen arsenaal.

Waarlijk de wet van behoud van ellende aan het werk. Er is gewoon geen oplossing?

Toch toch. Het begint met herkennen en benoemen van transactiekosten, ongeacht van wie ze opstrijkt. Het loopt over ontdekken welke oneffenheid in de handelsroute de oorzaak zijn. En het komt er door die oorzaken aan te pakken of de wegen eromheen te vinden. Vast ten koste van de organisaties die er net van leven. Maar die paar offers vallen in het niets tegen de positieve effecten op de verhoogde waardecreatie die erdoor mogelijk wordt.

Voor wie zich uit de natuurkunde de werking van magnetische inductie herinnert is het meteen duidelijk. Daar geldt "het magnetisch veld zal een stroom opwekken die de oorzaak van zijn eigen ontstaan tegenwerkt". Naar analogie zit de paradoxale oplossing hierin: de instituten die ontstaan bij gratie van de problemen in de ketting van waardecreatie, moeten altijd de ontvangen transactiekosten gebruiken om net die imperfecties tegen te gaan. Als doel dus finaal zichzelf overbodig te maken.

-oOo-

Weer op reis

Tijd om nog wat de toerist uit te hangen. Maar wat is dat lastig zeg. Het aanbod maakt zich niet voldoende kenbaar: de techniek van webbouwers is te complex, service-discovery op het internet is nog steeds een afterthought. De algemene zoekmachine negeert teveel mijn doel en dus de achterliggende semantiek van mijn vraag. Ook de toeristische overheid heeft de boot gemist en de nodige bruggen niet gebouwd. De sector heeft zich onvoldoende georganiseerd; daar verwart elke uitbater zijn collega’s met concurrenten (samen slachtoffers van dezelfde transactiekosten). En dus zijn ze er: de taalbarrières, het gebrek aan flexibiliteit en betrouwbaarheid van betaling, de beperkte openingsuren en traagheid van antwoord versus een 24/7 online dienst…

Dus ziedaar: de vorm en grootte van het spreekwoordelijk “gat in de markt”! De kribbe waarin de OTA geboren is. Minder belangrijk dan de opportuniteit zijn de weggewerkte gaten in het vorige systeem. Het succes verklaart zichzelf omdat zo hard de transactiekosten zijn weggewerkt. Disruptie op zijn mooist. Nuttige toegevoegde waarde, een totaal-super-dienst die van de hele wereld een gastvrije verzameling fijne bestemmingen maakt. Vooruitgang die de waardecreatie stimuleert door het simpele feit dat het allemaal wat makkelijker wordt. Die 15% afgeroomde marge, daarnet nog eenzijdig als OTA-tax bestempeld, is dus wél op voortreffelijke wijze aangewend?

Ook de andere e-business voorbeelden blinken uit als je ze door de transactiekosten-bril bekijkt: De dikke staart theorie: een quasi gratis virtuele stock vermijdt de oude omweg van de winkelrekken; enkel nodig door gebrek aan planning en kennis vooraf. Netwerken die altijd winnen(?): omdat netwerkeffecten een schaalgrootte toelaten zonder de hogere communicatiekosten die een centrale hiërarchie met zich meebrengen. Etc etc. Tja, dat brengt dus disruptie. Het doet eventjes pijn, maar de voordelen wegen op. "Hop! Allemaal aanpassen dus."

Toch is het verhaal hier niet gedaan. Uiteraard: de transactiekosten zijn nog niet helemaal van de baan, dus er is nog werk op de plank. Maar helaas is er ook een andere vaststelling.

We kunnen het succes van de digitale economie misschien wel uitleggen door hun hogere efficiëntie, maar de realiteit is dat de bedrijven die door lagere transactiekosten de oude wereld op zijn kop zetten, dat met geen andere nobele bedoeling doen dan hun eigen voordeel. We blijven dus hangen bij de eerder gestelde inductie-paradox: lagere transactiekosten doen die vernieuwers spontaan bovendrijven, maar ze blijven zelf wel instaan voor waardevermindering. Ze blijven een ballast op het systeem. Hun ontvangsten en hun bestaan zelf moeten we durven blijven in vraag stellen. Ze mogen geen doel op zich worden.

Want ook dit is waar: Die avant-garde wordt snel het nieuwe normaal, zij zetten de nieuwe bovengrens voor aanvaardbare transactiekosten. Maar zodra die positie verzekerd is, wordt zelden geaarzeld om nieuwe transactiekosten te introduceren om de eigen bottom line op te krikken, of concurrenten van de nieuwe opportuniteiten weg te houden.

Met “Uw Privacy” als scherm

De verklikker van deze laatste fase in het leven van uw favoriete online service is wanneer die hardop de kaart “jouw privacy” trekt. Je had er nog niet zelf over nagedacht, maar, jij als consument, moet zo goed mogelijk afgeschermd van alles en iedereen die ongewild met je in contact wil treden. In de peer-to-peer en deelsystemen zijn dat meteen alle deelnemers, en heel onverdacht dus ook de producenten.
Gisteren verdacht je die online jongens nog een loopje te nemen met je gegevens, vandaag scoren ze onverwacht extra sympathie. Helaas een beetje vals.

In het geval van de OTA’s wil dat bv. zeggen dat je adres en contactgegevens van het logement dat je selecteert niet kunt zien tot je effectief een deal hebt gesloten. Het daarna toegelaten contact blijft (veilig!) binnen de ommuurde tuinen: chat en interactie-schermen dus. Plus nog de extra prikkeldraad om je tegen jezelf te beschermen: Doorspelen van e-mail-adres of telefoonnummer wordt gedetecteerd en verhinderd. Soms wordt wel de zweem van vrije communicatie via e-mail gewekt, maar wordt het echte adres vervangen door een anoniem relay adres (genre guest-289455@yourplatform.com). Die zorgen aan de oppervlakte voor je spam-veiligheid; in de feiten maakt het dat ook elk later contact tussen de partijen kan gedetecteerd (en ja ook: gevolgd?)

Onder het mom van jouw eigen bescherming wordt vooral de open en vrije doorstroming van informatie tegengegaan. En laat dat nu precies een zuivere transactiekost zijn. Wie die betaalt is duidelijk. Even duidelijk is dat het echt beschermende voordeel ervan louter het zelfbehoud van de OTA dient.

O, wat een kans ligt hier! De kans om disruptiever dan de disruptie zelf te worden. Meta dubbleplusgood! Laat ons het gewoon invoeren: de eenvoudige plicht tot open uitwisseling van marktinformatie. En ik wil nog toegeven: Voor die klanten en deelnemers die de fabel van de eigen bescherming blijven geloven mag het zelfs geregeld met een opt-out. Dit werkt dan allemaal niet tegen, maar net nog een stapje verder in de reeds ingeslagen richting. Verhinderen dat de weggewerkte oude kost wordt vervangen door een vals nieuwelingetje.

Disruptie maakt vaak de oude regels belachelijk overbodig. De nieuwe regels moeten alleen niet te lang op zich laten wachten. Die mogen van mij vanuit elke hoek van de samenleving komen: overheid, (verenigde) consumenten of zelfregulerende sectoren.

Disruptie is...

“Disruptie” is zo langzamerhand de roep waaraan je de struisvogel herkent: Wie het woord gebruikt ontmaskert zichzelf. Verrast door wat er allemaal is gebeurd terwijl de kop in het zand zat. Het woord als bezweringsformule op zoek naar bescherming tegen de aardschokken van de vooruitgang.

Óf je bent de predikende profeet, roepend in de woestijn, wijzend naar de vormeloze stofwolk aan de einder: “Wie zich niet klaarmaakt voor het naderend onheil is een vogel voor de kat. Doem en droefenis. Geweeklaag en geknars van tanden.“

Om daarna de factuur te presenteren. Hoe effectiever de goeroe, hoe lager het verschuldigde bedrag uitvalt ten opzichte van de kost van het afgewende onheil. Hoe meer aangewakkerd de vrees, hoe meer opluchting komt van de louterende betaling. Racketeering waar je zelf om vraagt?

Óf je bent het zelf die de boel op zijn kop zet? Zorg dan mee dat de term een positief soort verandering betekent. Afspraak is dat we ‘disruptie’ enkel gebruiken voor die oplossingen die werken (aan en) tegen transactiekosten, niet aan nieuwe trucjes die enkel drijven op (of in) profijtjes die ze oogsten uit de overblijvende onvolkomenheden van het systeem.

Disruptie als vooruitgang gooit zijn masker af op moment dat ze zelf nieuwe transactiekosten in het leven roept. Op dat moment is het aan de samenleving (mogelijks de overheid) om te tonen wat echt disruptie is. Een koekje van eigen deeg serveren.
Dát is de vooruitgang, meneer. 

Jaja, stilstaan is achteruitgaan!

-oOo-

O, en ik wou het er deze keer echt niet over hebben, maar het sluit er gewoon naadloos op aan: "Ik blijf overigens overtuigd dat de (Vlaamse) overheid zijn Open Data Licenties een viraal karakter moet geven." Toch?

update: blockchain disruptie in zowat elke sector past redelijk in dit verhaal...

update: Laat inzicht: ook de geneugten van deeleconomie passen eigenlijk in dit transactiekostenverhaal: de kost van leegstand / ongebruik van 'resources' waarover je beschikt - of dus eerder het dragen van de opportunitieitskost van het niet valoriseren van dat potentieel. Ongewild dus veroorzaakt door de (hedendaagse) gebrekkige deelbaarheid en/of fluïditeit van eigendom zelf.

vrijdag 5 februari 2016

detect.email - privacy onder vuur - gegronde twijfel - en hopen mening

Het zij wat het zij, maar dankzij salesflare en detect.email hebben we een fijne discussie in onze contreien over boeiende zaken. Hoera!

Ik ben er laat in gevallen, daarnet eigenlijk, en ik ben helemaal niet zeker dat ik al alle parameters ken, maar ik voelde mezelf wel meteen in een positie glijden en dus (if nothing else) dient deze blog als milde zelfreflectie.

*shrug*

Eerlijk waar, dat was eigenlijk mijn eerste reflex.  Ik gebruik al een tijdje de plugin van rapportive zonder veel schroom.  Het voorziet binnenkomende e-mails (op basis van afzender adres) met wat geoogst kan worden uit social-media-api's.  Niets privacy issue wat mij betreft: de betrokken email draagt spontaan het adres van de verzender.  Die kan niet veel anders dan dat stuk informatie met mij delen als zij of hij met me in dialoog wilt.
Alle extra data die de plugin voor mij opsnort op het web (naam, smoelwerk, de laatste tweet, ...)  is gewoon publiek beschikbaar. De tool zorgt enkel voor samenbrengen en handige verpakking.

Ik had dus slechts snel en vluchtig naar diene detect.email eens gekeken en al bijna vergeten.

Tot de "we stoppen er even mee" tweet.  Eerst van mijn stoel vallen, dan ogen opentrekken en verder nakijken: Dergelijke tool kun je toch bezwaarlijk een gevaar voor de privacy noemen?

privé is privé

Versta me niet verkeerd: privacy als principe is absoluut. Niet iets waarover we met zijn allen een eigen mening en keuze kunnen maken.

Niet ter discussie: iedereen heeft het recht om zelf te controleren in hoeverre gegevens van haar of hem verspreid worden met welke andere personen of partijen.  Dus, ja, er is een persoonlijke keuze te maken: Hoe ver ga je zelf in vrijgave of bescherming.  Maar dat iedereen zelf die keuze moet kunnen maken staat niet ter discussie.  Niemand kan zijn eigen visie op "privé genoeg" tot norm voor iedereen anders opleggen. Of erger: het in hun plaats doen.


Maar goed.
Praktisch werkt communicatie van achter een sluier van anonimiteit niet (het wekt weinig vertrouwen). Dus komen we meestal vanzelf tot een natuurlijke balans. Bewust dat interacties minstens de vrijgave van een retour-adres onderstellen.  Een kwestie van gepast vertrouwen.


goed fatsoen

En laat ons eerlijk zijn: een kwestie van goed fatsoen.

Ik zal wat ouderwets zijn, maar een slogan als "nooit meer bedelen om een e-mail adres" is dan ook op zijn liefst gezegd "ongelukkig gekozen".  Het gaat in deze wereld nog altijd om menselijk contact. Dat je dat eerst probeert te bereiken (al bedelend zo het moet) voor je mijn mailbox vult met alle soorten ongein vind ik nog steeds gepast.  

Vandaar ook mede mijn oorspronkelijke *shrug*: De detect.email service zal aan mij geen spontane klant hebben. En wie hun service nodig heeft om in mijn aandachtsruimte te geraken wens ik bijzonder veel succes toe :)


de andere bril

Mijn hoofdstelling blijft wel dat we een tool die handig verpakt en samenbrengt wat her en der te vinden is, niet kunnen aanvallen op het (elders) beschikbaar zijn van die data.

Neem dit gedachten-experiment:

Wat als detect.email een prachtig nieuw project was geweest van een of andere Nationale CyberBurgerWacht, zó opgezet dat ze de hacker-truken-van-de-foor blootleggen én gebruiken om te tonen hoe ontzettend makkelijk het is om tegenwoordig zowat ieders digitale doopceel te lichten? Een volksverheffend project om iedereen aandachtig te maken omtrent de grenzen van zijn eigen privacy!

Als je tegen dit project plots geen privacy issues meer opwerpt heb je helaas ergens een juridische denkfout gemaakt.

Dat vrouwe justitia blind is gaat namelijk niet enkel over een neutrale houding, ongeacht publieke/zichtbare kenmerken van de betrokkenen. Veel belangrijker is dat de wijze dame ook nooit in iemands hoofd kan kijken: het hele juridisch systeem kan alleen rekening houden met gestelde daden en acties, niet met de (vermeende) intenties of de beweegredenen. 

Kortweg: als de hypotethische CyberWatch zoiets mag, dan Salesflare ook.

lettertekens, nummers en andere symbolen (over mij)

Blijft de vraag of de gestelde daden effectief een aanslag zijn op de privacy of niet.

Ik ben geen expert in de huidige wetgeving, maar wat mij betreft zijn we dat in "these modern times" met zijn allen niet.  We zijn IMHO nog heel hard op zoek naar hoe we met dit soort vragen en kwesties moeten omgaan.

Wat natuurlijk niet wil zeggen dat er nu geen geldende wetten zijn die best gevolgd worden. Laat de expert in kwestie me dus maar op de vingers tikken wat betreft de huidige toestand van de wet.
Maar in dit verhaal boeit me dat veel minder dan wat ze zou moeten zijn :) 

Ik wordt dus even heel filosofisch sceptisch als ik deze uitlaat lees

Persoonsgegevens. Iemand vertelt me straks ongetwijfeld wat de strikt duidelijke juridisch technische definitie is.  Maar wanneer worden gegevens eigenlijk persoonsgegevens?

Naar mijn aanvoelen lijkt me dat pas als je weet:
  1.  op welke persoon ze betrekking hebben
  2.  op welke manier
Kijk. Er hangt een nummer aan een huis, en een naambordje op het eind van de straat.  Het adres is een samenstelling van lettertekens. Als je de moeite doet om langs te komen dan kun je kennis nemen van het feit dat dat adres bestaat: er staat een huis.  Publiek verzamelbare data toch?  Wanneer wordt dat "mijn adres/mijn huis"?  Wanneer heb ik er terecht moeite mee dat iemand daarmee aan de slag gaat?

Ik heb ook een telefoonnummer dat at random zomaar kan gebeld worden.  Uit beleefdheid (zo ben ik het geleerd) neem ik zelfs op met spontane vermelding van mijn naam. Maar als het masker van de televerkoper afvalt dan is 10" later het gesprek afgelopen. Wat was er dan onwettig?  Ook al vond ik het gebeuren zelf eerder onfatsoenlijk :)

In deze wereld is mijn persoon sowieso ergens een digitale avatar die bestaat uit aan elkaar gekoppelde gegevens waaruit iemand zich mij als persoon kan gaan voorstellen.  Wanneer is dat daadwerkelijk schadelijk?  Wanneer is dat beeld dicht genoeg "mij"?  

Wat mij betreft moeten we daarop niet wachten denk ik. Teruggrijpend naar het recht om mijn eigen privacy-grenzen te trekken moet duidelijk zijn dat ik zelf moet kunnen controleren wie wat van me weet en bijhoudt.  Én dat de default daarin moet zijn: 
  1. niet meer en niet langer dan nodig is voor de door beide partijen aangezochte interactie te onderhouden.
  2. en dat derden daar absoluut geen uitstaans mee hebben.
Maar een email-adres op zichzelf.  Tja, dat lijkt mij een resem symbolen die toevalligerwijs tot mijn mailbox leiden.  

Anders gesteld: ik ben niet mijn mailadres.


email-identity

Helaas is het wel zo dat meer en meer de toegang tot mijn mailbox de basis is voor ontzettend veel digitale identiteit.  De grote vier g+/li/tw/fb hebben allemaal een authenticatie systeem dat essentieel gekoppeld is aan je email-adres.  Via hun social-media-api's worden ook best wel wat gegevens gelekt naar externe partijen. Met mijn goedkeuring.

Het virale spel dat ze spelen: "we doen er met z'n allen in mee omdat we er met z'n allen in meedoen" doet ons een oogje dichtknijpen als we de vele "xyz vraagt toegang tot je abc" schermpjes met een schouderophalend eenvoudig klikje OK-en-weg doen.

Teruggrijpend naar mijn eerder CyberBurgerWacht-idee: we verdienen met z'n allen wel wat opvoeding op dit punt.


rook

Enter into the discussion dit fijn stukje onderzoekswerk van Frank van Openminds. Te verwachten uit die hoek is bedachtzame kwaliteit, dus at readers discretion: "met aandacht te lezen".  Wees gerust: die aandacht wordt beloond!

Miljaar. Ja. Hm. Goh.

Frank heeft niet alleen fijn en helder werk geleverd, hij heeft ook (grotendeels) gelijk.

Er is zeker rook als je ziet hoe dat ding in zijn werk gaat. Dit is meer dan wat ik zelf vermoedde. Meer dan zomaar de social-media-api's gebruiken om wat slimme publieke data te capteren en samen te brengen.

Dit is vooral ook:
  • slim social behaviour engineering: de gangbare email-patronen uitproberen
  • technische hackerij: adressen uitproberen tov de mail-delivery-api (SMTP)

Maar laat ons toch eerlijk zijn: het HELO-domein, het persoonlijke adres van, en zelfs het blacklisted ip adres van de server: dat zijn eigenlijk allemaal technisch oplosbare dingesen, die men slim en makkelijk anders had kunnen (en vermoedelijk ook zullen) aanpakken.  Startups vluchtend vooruit met een beta waar hier en daar de verf nog van nat is. Ze bedanken je vast voor de tips. Dáár gaat het niet echt om, toch?

Nee, voor mij is het echte kernpunt dat iemand een mail-delivery api misbruikt om eigenlijk een directory-search te implementeren.

Je kunt wat mij betreft in deze nog net de sluwheid ervan appreciëren, maar technisch-fatsoenlijk is het toch niet echt: daarvoor dienen die dingen niet.  Er bestaan wel degelijk API's voor directory services. Dat die weinig gangbaar publiek geplaatst worden om (bedrijfs-)adressen doorzoekbaar te maken is geen reden om het op deze manier te gaan doen.


maar vuur?

Helaas blijf ik wel twijfelen of we op dit punt dan wel van een misdrijf kunnen spreken. (elks eigen fatsoenlijkheidsnormen respecterend) 

Techniek is wat het is, en het is niet omdat het niet zo bedoeld is, dat het - nu het plots blijkt te kunnen - ook niet mag.

Maar evengoed: ook de jonge ingenieurs van een startup moeten weten dat we met enige (technische) beroepseer wel veel beter (efficiënter/ecologischer) moeten kunnen dan zo achter de schermen onder mekaars duiven te gaan liggen schieten, toch?

Enerzijds voelt een detect.email zich door de afwezigheid van de directory-service voor email-adressen genoodzaakt om het dan maar zo te doen. Ze worden daarin vast gesterkt doordat iedereen toch dezelfde email-patronen (voornaam.achternaam@) hanteert: want dat is niet het gedrag van iemand die angstvallig die adressen probeert privé en niet-detecteerbaar te houden?

Anderzijds leven we nu al in een spam-overflow tijd waarin ieders mail-server al genoeg ongehoorde belasting te verwerken krijgt.  Dus nee, die willen we niet ook nog moeten gaan over-dimensioneren voor dit soort test-al-deze-mogelijke-adres-combinatie-spelletjes.

Dus liever een open discussie over het deftig zoekbaar en publiek maken van email-adressen, zeker in een B2B-bedrijfscontext, maar waarom niet in een controleerbare privé-context ook?  
Voor zij die het zich herinneren: Dus iets zoals een mens die vroeger kon beslissen om wel of niet met zijn naam en adres in de witte telefoonboek te gaan staan?

Misschien moeten we het gewoon rustig daarover hebben, en dat op de juiste manier bouwen? 


fud en open-zealotism

Laat ik na zoveel nuance en zalving dan alleen nog afsluiten met een poging om iedereen effectief tegen de haren in te strijken.

Hoe indrukwekkend en leerrijk ik het technisch onderzoek van openminds vind, zo onzorgvuldig opiniërend vind ik de creatie van de fud-sfeer verderop in de blog.  De relatie met spamming duidelijk leggen, het gevaar dat adressen kunnen/worden misbruikt ïnsinueren... Hm.

Ik zie die verbanden ook, en niets mis mee om ze onder de aandacht te brengen van lezers die ze misschien niet spontaan leggen.  Maar adressen vinden is echt niet hetzelfde als ze effectief onterecht gebruiken. En het helpt als je de dingen die je duidelijk wel ziet en aantoont eerlijk blijft scheiden van wat je niet zeker weet en niet hebt aangetoond. Diezelfde lezers (die de verbanden al niet hadden gezien) kunnen net ook je extra duidelijkheid op dat punt gebruiken.

Anderzijds is het natuurlijk aan Salesflare om duidelijkheid te scheppen naar de consument wat ze verder met de gevonden adressen doen of niet doen.  Helemaal goed: ook die doelgroep er mild op wijzen wat zij er 'maar' mee mogen doen?  Wie tegenwerpt dat de service zichzelf dan al teveel in vraag stelt, geeft gewoon toe aan mijn *shrug* :)

Wat de salesflare-strategie is achter de "nu snel de stekker er uit" om wat olie op de golven te gooien kan ik moeilijk inschatten.  Maar de manier waarop (die headline vooral !) vind ik ronduit hilarisch. Ik slaag er niet in de link met open data te zien, tenzij als een poging om steun te oogsten bij de open-data-community voor iets wat me in essentie een privé-bedrijf-issue lijkt.

Dit nu een spin geven als detect.email zijnde oorspronkelijk en wezenlijk louter en alleen begaan met ons aller open-data noden? Nee, dat maak je bij mij alleen hard als je je hacker truuks in een open paper beschrijft (co authoring met de Frank!), de detectie-code ook open op github hebt staan, alle (niet privacy gevoelige) bedrijfsgegevens rucksichtlos op het web zwiert, en oja: een LDAP server opzet waar we publiek en technisch efficiënt al jullie email-adressen kunnen vinden ;)

Tenslotte omtrent de hoop van Frank op een kritischer houding bij heel wat (betrokken) partijen in het landschap enkel deze blije zucht: "en ik die dacht de enige overblijvende naïeve kloot te zijn" :)